Jan Balliauw
2023/12/25
Journalistiek in een wereld van wantrouwen

We leven voor het eerst in decennia weer in een wereld van wantrouwen, waar oorlogen het nieuws overheersen en waar de fundamenten van ons systeem ernstig in vraag worden gesteld. De journalistiek staat voor een moeilijke opgave. Wat is nog waar, in deze tijden van oorlog, propaganda en botsende werkelijkheden?
Jan Balliauw schreef dit essay voor de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Dit artikel is een verkorte versie.
Het was een rustige en zonnige augustusdag. We hadden onze redactiebriefing. “Er gebeurt echt niets”, zuchtte de eindredacteur. Met de grootste moeite begon de zoektocht naar wat we dan toch zouden kunnen brengen. Onder mijn collega’s van de buitenlandredactie was de moedeloosheid zo mogelijk nog groter.
We vonden alleen hier en daar wat incidenten: voor de kust van Roemenië was een zeemijn ontploft, in Odessa was een supermarkt uitgebrand door brokstukken van een neergeschoten Russische raket, in Nederland waren flitspalen voor geluid geïnstalleerd.
Deze scène in het leven van een redactie speelde zich af op een moment dat de hele Sahel op ontploffen stond na de staatsgreep in Niger. Zonder al die spanningen was de Sahel al een belangrijke bron voor de grote migratiestromen naar Europa: een mogelijk gewapend conflict zou een massale uitstroom naar Europa op gang kunnen brengen.
Tegelijkertijd dreigde de hele Zwarte Zee betrokken te worden in de oorlog in Oekraïne. Rusland had voor de eerste keer een gedwongen inspectie uitgevoerd op een cargoschip dat naar Oekraïne voer. Er kwam zwaar machtsvertoon bij kijken: waarschuwingsschoten, deklanding met een militaire helikopter door verschillende zwaarbewapende Russische militairen.
Het schip droeg de vlag van Palau, een eilandengroep in de Stille Oceaan waarvoor de VS de veiligheid garandeert. De mogelijkheden voor een escalatie waren legio. Wat aan de oppervlakte een rustige zonnige augustusdag leek, had veel weg van een opborrelende vulkaan net voor de uitbarsting.
Incidenten
Waarom vertel ik dit? In de voorbije jaren, waarin de wereld grote schokken heeft beleefd, heb ik het gevoel gekregen dat de journalistiek zich soms nog te veel met incidenten bezighoudt. Die incidenten drukken af en toe belangrijke langetermijnontwikkelingen uit het nieuws.
Ik was begin oktober in Slowakije, waar de linkse populist en pro-Russische politicus Robert Fico net de verkiezingen had gewonnen, de eerste serieuze barst in de westerse eenheid over steun aan Oekraïne. Ik moest opboksen tegen een brand in een discotheek in Murcia en een terreuraanslag in Ankara. In Murcia vielen dertien doden, in Turkije één.
Beide gebeurtenissen waren zeker nieuwswaardig en leverden ook heel wat prangende beelden op. Het is voor een eindredacteur in zulke omstandigheden niet altijd eenvoudig om te kiezen voor een gebeurtenis die op lange termijn zware gevolgen kan hebben.
Ik moet zeggen dat de journalistiek de laatste jaren veel inspanningen heeft gedaan om verder te kijken dan de dagelijkse incidenten. Vroeger was het in het VRT Journaal, waar ik het meest voor werk, niet de gewoonte om nog extra uitleg te geven bij nieuwsfeiten.
Toen tien jaar geleden Margaret Thatcher stierf, kon pas na een hele discussie onze specialist voor het Verenigd Koninkrijk, Ivan Ollevier, in de studio de rol van Thatcher wat breder kaderen. Nu is het bij wijze van spreken een automatisme geworden om het bredere kader te geven bij belangrijke nieuwsfeiten, niet alleen in duidingsprogramma’s, maar ook in het Journaal. Ik zie ook dat kranten en online nieuwssites die inspanningen leveren.
We moeten de bredere context van het nieuws blijven uitleggen, zodat de kijker, luisteraar, lezer niet zelf op zoek moet gaan naar verbanden
We moeten zeker in deze tijden van oorlog en instabiliteit die inspanningen verderzetten en niet toegeven aan de drang van de incidenten om de lange termijn uit het nieuws te duwen. We moeten de bredere context blijven uitleggen, zodat de kijker, luisteraar, lezer niet zelf op zoek moet gaan naar verbanden. Die zoektocht kan al snel alle richtingen uitgaan, nu iedereen toogwijsheid via sociale media een wereldwijde verspreiding kan geven.
Jongeren blijven niet jong
De aandacht voor incidenten heeft ook te maken met het klikgedrag op die sociale media, waar spectaculaire beelden meer aandacht trekken dan saaie politici. En de jongere generaties kunnen blijkbaar nog maar een beperkte tijd hun aandacht houden bij langere berichten die voldoende context bieden.
Maar de jongeren zijn niet allesbepalend. Ook zij worden ouder en krijgen kinderen, waardoor hun leven minder flexibel wordt en ze hun gewoonten wel moeten veranderen om het vol te houden. En we merken bij VRT NWS toch ook wel dat een goed uitgewerkt achtergrondartikel dat een mooie plaats krijgt op een site, zeker kan rekenen op belangstelling, want mensen willen uiteindelijk wel antwoorden op hun vragen.
De terughoudendheid die je soms opmerkt om te kiezen voor de langetermijnontwikkelingen, heeft ook nog een andere reden. Incidenten zijn nu eenmaal eenvoudiger om te verslaan. De basisvragen (wie-wat-waar- waarom) zijn sneller te beantwoorden. Het past beter in het formaat van een kort artikel, een bericht van 50 seconden op de radio of een item van een minuut of iets meer in het tv-journaal.
Mensen kijken ook liever de andere kant uit, omdat de aanblik van alles wat op ons afkomt soms gewoon niet te verwerken valt of zelfs verlammend werkt. Vanaf eind 2021 was het duidelijk dat Rusland Oekraïne zou binnenvallen. Toch dachten de meeste experts dat het niet zou gebeuren, omdat ze het zich niet konden voorstellen dat een land een dergelijke oorlog überhaupt kon beginnen.
De inwoners van Kiev profiteerden op 23 februari 2022 van het zonnige winterweer. Wie wou, wist dat de storm ieder moment kon losbarsten, maar ze wilden het niet weten. Ze duwden de kwade gedachte weg, tegen beter weten in. Zelfs de Oekraïense overheid deed er alles aan om de normaliteit te behouden, zo erg zelfs dat het leger niet helemaal voorbereid was om de Russische inval af te slaan.
Als je naar de wereld vandaag kijkt, is die neiging om aandacht te besteden aan het hapklare nog beter te begrijpen. Onze uitdagingen zijn gigantisch. De gevolgen van de klimaatopwarming laten zich overal al voelen, veel vroeger dan iedereen had gedacht.
Migratiestromen ondergraven onze democratische basisprincipes door de opkomst van het populisme, dat eenvoudige oplossingen belooft voor ingewikkelde problemen. Sinds februari 2022 is er weer een grote oorlog op het Europese continent, waarbij de grote spelers met de messen tegenover elkaar staan en waarvoor niemand op korte termijn een oplossing ziet.
Een wereld van wantrouwen
We zitten weer in een wereld van wantrouwen, waarbij de militaire sterkte van een land bepaalt hoe veilig de bevolking zich mag voelen. Plots hoor je dat jezelf bewapenen de beste garantie op vrede is. Hoe sterker je bent als land, hoe minder kans dat je wordt aangevallen. De vredesdividenden die we in Europa rijkelijk hadden geïncasseerd, moeten allemaal weer worden ingeleverd. En na 25 à 30 jaar verwaarlozing zijn de kosten voor de weder- uitrusting van onze strijdkrachten dramatisch opgelopen.
Hoe anders zag de wereld eruit toen de Koude Oorlog was afgelopen. Velen van ons journalisten zijn in die vrij zorgeloze wereld opgegroeid en hebben moeite om ons het nieuwe begrippenpalet eigen te maken dat gepaard gaat met een wereld in oorlog. De militaire logica is iets fundamenteels anders dan de humanitaire logica.
Hoe moet de journalistiek zich in deze wereld van wantrouwen gedragen? Het is een vraag waar ik aan het einde van mijn carrière geen pasklaar antwoord op heb. Maar misschien kunnen we al beginnen met te zorgen voor de juiste beeldvorming.
Beeldvorming en realiteit
Zo denken de meeste mensen dat Oekraïne een land is dat door de oorlog helemaal vernield is, waar je voortdurend gevaar loopt. Dat beeld is er mijns inziens gekomen doordat onze verslaggeving om evidente redenen vooral focust op de frontlijn en de gevechten daar. Daarmee hebben we ons publiek echter een verkeerd beeld gegeven van de reële situatie in Oekraïne.
Ik denk dat we moeten zoeken naar methodes om dergelijke foutieve beeldvorming tegen te gaan, zonder de fundamentele journalistieke benadering te wijzigen. Het belangrijkste nieuws komt inderdaad dagelijks van de gevechten aan de frontlijn: daar wordt beslist of Oekraïne er al dan niet in slaagt Rusland terug te dringen.
Iets meer de berichtgeving over de frontlijn afwisselen met andere invalshoeken, kan al helpen om de beeldvorming te veranderen. Zo kregen we begin augustus een reportage van een beeldagentschap binnen over een stuk strand in Odessa, dat voor het eerst in anderhalf jaar werd geopend. Het gaf een ongewoon en ander beeld van Oekraïne en de Oekraïners. Ondanks de oorlog, beter nog: door de oorlog, willen zij zich ook even ontspannen om de dagelijkse stress en angst tegen te gaan en het gewoon vol te houden.
Eigen verslaggeving ter plaatse met een andere insteek is zeker een mogelijkheid om de beeldvorming bij te stellen, maar dan moet je wel kunnen en willen opboksen tegen wat de meeste media als nieuws brengen. En laat ons eerlijk zijn: veel journalisten die berichten over oorlogen, willen ook liefst zo dicht mogelijk bij de frontlinie werken, omdat hun dat veel waardering en eer oplevert. Dat is ook een les die ik in Oekraïne heb geleerd.
In een wereld van wantrouwen moet de journalistiek nog meer ernaar streven een zo realistisch mogelijk beeld te geven van wat er in de samenleving gebeurt
Wat geldt voor Oekraïne, geldt misschien ook voor andere onderwerpen. In een wereld van wantrouwen, waarin iedereen de ander probeert te winnen voor zijn zaak en waarin de fundamenten van onze samenleving in twijfel worden getrokken, moet de journalistiek misschien nog meer ernaar streven een zo realistisch mogelijk beeld te geven van wat er in de samenleving gebeurt. Ik ben ervan overtuigd dat we onze rol als vierde macht ten volle moeten blijven spelen en de vinger op de vele wonden in onze samenleving moeten blijven leggen, maar als een van die wonden wordt gedicht, dan moeten we dat misschien ook duidelijker zeggen.
In De Stemming, een opiniepeiling in opdracht van VRT NWS en De Standaard die geregeld wordt uitgevoerd, stond in mei de economie bovenaan als gevraagd werd naar het belangrijkste probleem in de samenleving. Na de zware crisis die we hebben doorgemaakt tijdens de coronaperiode, is dat niet opmerkelijk. Dagelijks en maanden aan een stuk hebben we bericht over economische problemen, die de overheden nauwelijks konden oplossen.
Lees ook: Helft van de Belgen bezit meer dan 230.000 euro en daarmee zijn we het rijkste volk ter wereld
Bij velen was vermoedelijk de verbazing groot dat in augustus het jaarlijkse Global Wealth Report van Credit Suisse, inmiddels opgegaan in UBS, de Belgen uitriep tot het rijkste volk ter wereld met een mediaanvermogen van net geen 230.000 euro. Toegegeven, de berekening was vertekend: de eigendommen, maar ook de schulden van de staat werden niet meegeteld. België zou door de hoge staatsschuld zelfs buiten de top vijf vallen.
Toch gaf het rapport wel aan dat de economische situatie in België veel minder slecht is dan de meeste mensen denken. Want als je tot de kring van rijkste landen behoort, en dat blijft zo gedurende jaren aan een stuk, ondanks de crises van 2008 en 2020, dan ben je niet echt slecht bezig.
De pers mag nooit een hoeramachine worden voor de zittende macht, maar journalisten zijn ook geen oppositiepolitici. Wij moeten leugens, onwaarheden, verdraaiingen, fake news en dergelijke doorprikken, ongeacht of ze van regeringskringen of oppositiekringen komen.
Gevaar voor de democratie
In de wereld van wantrouwen waarin we nu zitten, worstel ik nog met een ander dilemma. Onze terechte en meestal goedbedoelde kritische berichtgeving wordt in de huidige samenleving maar wat graag opgepikt door bewegingen die het minder goed voorhebben met de democratische spelregels. En die onze berichtgeving in hun sociale media ook vaak verdraaien om hun doel beter te kunnen dienen.
In landen als Polen en Hongarije heb ik van nabij meegemaakt hoe snel de precaire balans tussen de verschillende machten in een democratie kan worden omgebogen in het voordeel van de regerende partij of partijen. En het was ook opvallend hoe weinig verzet de derde macht (rechters) en de vierde macht (pers) konden bieden.
Eén zaak is me duidelijk: we moeten en mogen als journalisten niet meewerken aan onze eigen ondergang. Waar precies de grenzen liggen, is me minder duidelijk. Polen en Hongarije hebben ook aangetoond dat het terugdraaien van de persvrijheid niet altijd verloopt via een bruut Russisch scenario, maar langs een veel subtielere route, waarbij ongewillige media plots geen advertenties meer krijgen of geen toegang meer tot drukpersen.
U zult het al gemerkt hebben: ik zit met meer vragen dan antwoorden. Dat is misschien ook wel eigen aan deze onzekere tijden, waarin we niet meer zeker zijn of we morgen nog zullen leven in dezelfde (democratische) samenleving als die we nu kennen. Voor het eerst in decennia worden de fundamenten van ons systeem ernstig in vraag gesteld. Als de Capitoolbestorming op 6 januari 2021 wel was gelukt, waren we nu vermoedelijk met heel andere kwesties bezig.
Het belang van onderzoeksjournalistiek
Net daarom ben ik ervan overtuigd dat in deze tijden onderzoeksjournalistiek o zo belangrijk is. We moeten onze problemen onder ogen durven zien om oplossingen te vinden. En als journalisten de nodige voelsprieten hebben om de problemen in de samenleving op tijd te ontdekken. Ook om te weten waar de bevolking van wakker ligt. Niet de kringen waarin we zelf vertoeven, maar vooral de kringen van de samenleving waar we minder contacten hebben.
Daarnaast moeten we de systeemfouten op tijd ontdekken en die blootleggen, zodat die niet blijven etteren en uiteindelijk tot veel frustratie bij de bevolking leiden.
We moeten als journalisten de nodige voelsprieten hebben om de problemen in de samenleving op tijd te ontdekken
Onderzoeksjournalistiek speelt hierin een cruciale rol. Het is precies dat soort van journalistiek dat de systeemfouten best kan blootleggen. Het moet onze ogen openen voor de problemen die we nu kennen, zodat we oplossingen kunnen uitwerken vóór die problemen onoplosbaar worden.
En als we dan ook nog voldoende aandacht besteden aan de uitgewerkte oplossingen, kan onderzoeksjournalistiek een belangrijk element worden om de persvrijheid te beschermen. Waar dan alle journalisten van kunnen profiteren. En daar wordt uiteindelijk de hele samenleving beter van.