Jan Balliauw
2016/04/14
Een vreemde reis naar Syrië
Collega VRT-journalist Jan Balliauw kreeg onverwacht een uitnodiging van Rusland voor een persreis naar de pas bevrijde historische stad Palmyra in Syrië. Het werd een vreemde en soms surreële ervaring.

Jan Balliauw is diplomatiek en militair redacteur bij VRT Nieuws. Hij was enkele jaren correspondent in Moskou.
Het telefoontje uit Moskou kwam totaal onverwacht: “Of we zo snel mogelijk naar Moskou konden komen om mee te gaan met een persreis naar Syrië?” Ik had eind vorig jaar een aanvraag daarvoor ingediend bij het Russische ministerie van Defensie, en met steun van de ambassade in Brussel was die goedgekeurd. Maar omdat Syrië na het bestand eind februari en de gedeeltelijke Russische terugtrekking wat uit het nieuws was verdwenen, had ik er niet meer op gehoopt.
Iets meer dan twee dagen na het telefoontje, staan cameraman Ludwig Schryvers en ik op een militaire luchthaven ten noorden van Moskou om naar de Russische basis nabij Latakia te vliegen. Zowat 30 journalisten reizen mee, vooral buitenlanders. Het programma wordt geheim gehouden, om veiligheidsoverwegingen. Bij een vorige persreis is een groep journalisten beschoten.
Laag boven de grond
Na een nachtvlucht van 5 uur krijgen we meteen na de landing in Syrië al een eerste verrassing voorgeschoteld: Woordvoerder en leider van de persreis, Igor Konasjenkov, zegt ons dat we meteen naar Palmyra gaan. De generaal-majoor vraagt ons tegen niemand iets te zeggen omdat de situatie daar nog gespannen is.
Enkele uren later zoeven we met MI-8 transporthelikopters enkele meters boven de grond. Ik heb wel wat ervaring met militaire vluchten, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. De lage vlucht verhoogt het verrassingseffect en geeft dus meer bescherming tegen pogingen de helikopters neer te halen. De laatste 50 kilometer leggen we af in grote vrachtwagens waarop een gepantserde cabine is gemonteerd.
Mijnen
Meteen bij aankomst in Palmyra is de schade van de gevechten bij de herovering van de stad nog goed zichtbaar. In veel gebouwen zitten grote gaten van ingeslagen raketten of granaten. Onder een groot deel van de hoofdweg hebben de strijders van terreurgroep IS op het laatste moment mijnen gelegd en daar verse asfalt over gegoten. In de weg zijn grote putten te zien van mijnen die nu gecontroleerd tot ontploffing worden gebracht. President Poetin heeft na de herovering van Palmyra persoonlijk het bevel gegeven Russische ontmijners naar de stad te sturen.
Inmiddels zijn er zo’n 60 aan het werk en ze hebben hun handen vol. Ook in veel gewone huizen zijn gesofisticeerde boobytraps aangebracht. Dagelijks worden tot 200 explosieven gevonden. Geregeld zijn gecontroleerde ontploffingen te horen.
Maar de Russen zijn hier vooral aan het werk om de historische site van Palmyra, Unesco Werelderfgoed, vrij te maken. Het is een intensief werk, dat grotendeels manueel moet gebeuren om de monumenten niet te beschadigen. IS heeft wel een aantal gebouwen opgeblazen, zoals de tempel van Bel, maar de site lijkt niet systematisch ondermijnd.
Toch worden er ook op de site nog veel explosieven gevonden. Van de 180 hectare is al 20 gecontroleerd, de Russen denken nog zeker een maand werk te hebben. Het is zwaar werk door de hitte en ook gevaarlijk. "Iedere stap kan de laatste zijn,” zegt woordvoerder Konasjenkov. Eens de site vrij van explosieven is kunnen specialisten de schade controleren en plannen beginnen maken voor de restauratie.
Het voelt bijna surreëel aan om op de site rond te lopen, wetende dat de frontlijn maar 15 tot 20 kilometer verder ligt. Geregeld zijn in de verte ontploffingen te horen van de strijd die daar woedt. In het wereldberoemde amfitheater liggen de kogelhulzen nog op de grond. Tegen de achtergrond van de prachtige marmeren pilaren heeft IS hier mensen onthoofd. De video’s zijn de wereld rond gegaan.
Extreme barbarij in een schitterende omgeving van een meer dan 4000 jaar oude beschaving, het beste van de mens en het slechtste op een plaats bijeengebracht.
Rusland vindt dat het Westen wel bijzonder stil is gebleven na de herovering van de stad door het Syrische leger met steun van de Russische luchtmacht, terwijl de inname van de stad door IS in augustus vorig jaar verschillende alarmbellen had doen rinkelen. De herovering van Palmyra is voor Moskou een van de grote successen van de Russische interventie in Syrië.
Rusland vindt dat het daarvoor te weinig erkenning krijgt in het Westen, terwijl de Russische interventie wel voortdurend wordt bekritiseerd. Daarom ook dat Moskou des te meer investeert in de ontmijningsopdracht in Palmyra. De dag van ons bezoek komen de eerste containerwoningen aan voor de Russische ontmijners. Met hun opdracht wil Moskou tonen dat het niet alleen bombardeert in Syrië, maar ook helpt bij de wederopbouw van het land.
Het offensief tegen IS is niet gestopt in Palmyra. Begin april is Al Qaratain heroverd door het Syrische leger. Dat ging gepaard met hevige straatgevechten. In de stad is geen enkel huis onbeschadigd uit de strijd gekomen. De brokstukken liggen nog overal in de straten.
Volgens onze begeleider, generaal Konasjenkov, had IS hier sterke posities uitgebouwd in de heuvels die over de oase uitkijken. De Russische luchtmacht heeft volgens hem meer dan 50 aanvallen uitgevoerd op die posities, en daarnaast 30 pogingen om versterkingen aan te voeren verhinderd.
Daardoor konden Syrische soldaten de stad innemen. Al Qaratain was volgens de Russische generaal een grote nederlaag voor IS, die niet onder stoelen of banken steekt dat Russische adviseurs in de hoofdkwartieren van de Syrische divisies zowel bij de inname van Palmyra als Al Qaratain een grote rol hebben gespeeld.
Al Qaratain is een stadje waar traditioneel veel christenen woonden. Bijna 300 werden door IS gevangen genomen en vastgehouden in een legerbasis. "We zaten heel de tijd onder de grond, kregen nauwelijks eten en er waren geen toiletten," vertelt een man me in gebroken Engels in het totaal door IS vernietigde katholiek klooster Sint-Elian dat 1500 jaar oud is.
Een ruimte in het klooster die nog bruikbaar was, hadden ze ingericht als slaapplaats en veldkeuken. Tussen de achtergelaten potten en kussens liggen pamfletten die oproepen tot jihad. Een kelder diende als schuilplaats tegen bombardementen.
Ook al is de stad tijdens mijn bezoek amper 4 dagen weer onder Syrische controle, toch komen de eerste bewoners al terug. Ze moeten zich nog behelpen met humanitaire hulp, onder meer uit Rusland die onder het oog van de camera’s wordt uitgedeeld. Het uitdelen van de humanitaire hulp verloopt zeer geordend. Er vormt zich een lange rij van geduldig wachtende mensen.
Niets in de stad werkt: er is geen stromend water, geen stroom, geen telefoonverbinding. De straten liggen nog vol met puin. IS zit op 15 tot 20 kilometer maar de mensen die zijn teruggekomen, denken niet dat de terreurgroep de stad nog kan bedreigen. "Ons leger is nu sterk genoeg, en als IS nog eens probeert de stad in te nemen zal iedereen vechten zij aan zij met het leger om de stad te verdedigen," zegt een wat oudere man die was gevlucht naar Homs.
Wat mij ook hier weer opvalt, is de gemoedelijkheid en vriendelijkheid van de mensen die ik ontmoet. Iedereen heeft hier een vreselijke tijd achter de rug en staat nog voor een zware beproeving tijdens de lange heropbouw van de stad, maar iedereen blijft vriendelijk en voorkomend.
Het was me ook al opgevallen toen ik Syrische vluchtelingen ontmoette in Hongarije begin september vorig jaar. Toen we een reportage maakten in de overvolle trein naar de grens met Oostenrijk wilden verschillende vluchtelingen dat wij op hun plaats gingen zitten, terwijl zij dagenlang onderweg waren geweest en vaak tientallen kilometers hadden gewandeld.
Lokale bestanden
6 maanden na het begin van hun interventie, hebben de Russen in Syrië een stevige aanwezigheid opgebouwd. Op hun basis nabij Latakia tonen verschillende werkzaamheden op een langdurige aanwezigheid. De tarmac is uitgebreid met pas onlangs gebetonneerde parkingplaatsen voor gevechtsvliegtuigen. Twee grote Antonov-124 transportvliegtuigen brachten een mobiele broodfabriek mee die naar Palmyra vervoerd zou worden.
De Russen richten nu hun energie vooral op pogingen om via lokale bestanden de wapens in grote delen van het Syrische grondgebied daadwerkelijk te laten zwijgen. Op de laatste dag van ons verblijf worden we naar Al Nasiriyah gebracht waar twee mannen met een bedoeinensjaal een bestand ondertekenen met een vertegenwoordiger van het Syrische leger en een Russische militaire bemiddelaar.
Het is ons niet duidelijk wie de twee mannen precies zijn, maar ze worden ons voorgesteld als de lokale leiders. Het Syrische leger zit op enkele kilometers van het stadje dat gecontroleerd wordt door een vrij onbekende oppositiegroep. Tot nu toe zijn er volgens Russische bemiddelaar al 60 van dit soort bestanden afgesloten. Ze bevriezen de situatie op het terrein en maken bij het Syrische leger manschappen en materieel vrij om elders ingezet te worden, tegen IS, Al Nusra en andere groepen die weigeren dit soort bestanden te tekenen.
Het vertrouwen van het Syrische regime is er alvast flink door toegenomen. De minister van nationale verzoening in Damascus, Ali Haidar, spreekt weinig verzoenende taal. Hij zegt dat het algemene bestand in Syrië in gevaar is omdat de VS niet wil instemmen met een algemeen monitoring systeem.
Over een aftreden van president Assad kan niet worden onderhandeld, zegt hij. Nochtans is dat voor de Syrische Nationale Raad, de door het Westen gesteunde oppositie, een voorwaarde voor vredesgesprekken. Volgens de minister moeten de Syriërs zich daarover uitspreken in verkiezingen na een nationale dialoog.
5 jaar na het begin van de burgeroorlog in Syrië is de samenleving grotendeels gemilitariseerd. Op onze tocht door Damascus passeren we het ene na het andere militaire checkpoint. In de zuidelijke wijken zien we aarden verdedigingswallen. Op straat lopen overal militairen rond met wapens. Het lijkt er alvast niet op dat deze op de proef gestelde samenleving snel weer rust zal vinden.